Op 26 juni 2026 heeft minister van LVVN Jaimi van Essen de langverwachte Kamerbrief over het stikstofbeleid aan de Tweede Kamer gestuurd. Met het aangekondigde maatregelenpakket pretendeert het kabinet de vergunningverlening weer op gang te brengen en Nederland van het stikstofslot te halen. U zult hierover, net als wij, inmiddels de nodige mediaberichten en eerste duidingen hebben gezien.
Veel aankondigingen, weinig concrete gevolgen
De brief bevat nauwelijks concrete gevolgen die nu al naar de individuele bedrijfsvoering kunnen worden vertaald. Feitelijk blijft het vooral bij aankondigingen en algemeenheden. Daarmee biedt de brief nog weinig duidelijkheid, maar vormt zij vooral de voorbode van mogelijk ingrijpende wet- en regelgeving die de komende maanden en jaren nader moet worden uitgewerkt. Juist omdat de brief veel aankondigt, maar nog weinig concreet maakt, hebben wij enige tijd nagedacht over de wijze waarop wij hier in onze nieuwsberichten aandacht aan konden besteden. Nu de eerste stofwolken enigszins zijn neergedaald, lichten wij hieronder enkele onderdelen uit. Daarbij willen wij vooral benadrukken dat echte duidelijkheid over de gevolgen voor individuele veehouderijbedrijven voorlopig nog op zich laat wachten.
Emissieplafonds en mogelijke korting op productierechten
Zo wil het Rijk emissieplafonds per dierlijke sector vaststellen. Voor de landbouw als geheel geldt als doel dat de ammoniakemissie in 2035 met 42 tot 46% moet zijn verminderd ten opzichte van 2019. Wanneer deze doelstelling onvoldoende wordt gehaald, wordt als uiterste maatregel een generieke korting op productierechten in 2035 genoemd.
Verplichte toepassing van beste beschikbare technieken
Voor de niet-grondgebonden veehouderij wordt nagedacht over het verplicht toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT). Daarbij is allerminst duidelijk of wordt aangesloten bij de technieken die op dit moment als beste beschikbare technieken worden aangemerkt, of dat een nieuw en mogelijk strenger beoordelingskader wordt geïntroduceerd. Het kabinet brengt dit onder de tamelijk algemene noemer dat ‘verouderde stallen moeten worden aangepast’. Wat precies als een verouderde stal wordt beschouwd, welke aanpassingen verplicht worden en welke gevolgen dit heeft voor bestaande bedrijven, blijft vooralsnog echter volledig onduidelijk.
Nieuwe zones rond Natura 2000-gebieden
Daarnaast introduceert het Rijk zones van 500 of 1.000 meter rond een groot aantal stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De aangekondigde regels binnen deze zones lijken vooral gevolgen te krijgen voor grondgebonden agrarische bedrijven, waaronder melkveehouderijen. Ook niet-grondgebonden veehouderijen binnen deze zones worden echter mogelijk niet ontzien, bijvoorbeeld door strengere voorwaarden voor uitbreiding, emissiegroei, verplaatsing of voortzetting van het bedrijf.
Gevolgen voor de praktijk nog onduidelijk
De daadwerkelijke gevolgen voor individuele veehouderijen hangen volledig af van de verdere uitwerking. Zolang de emissienormen, zoneringsregels, overgangstermijnen en ondersteuningsregelingen niet bekend zijn, kunnen wij hierover helaas nog niet zo concreet zijn als u van ons gewend bent.
Wij houden u op de hoogte
Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet. Zodra meer duidelijkheid ontstaat over de gevolgen voor uw bedrijfsvoering, informeren wij u hierover via onze e-mail nieuwsbrief.